Ps.56

Voor de koorleider. Op de wijs van Een roerloze duif in de verte. Van David, een stil gebed, toen de Filistijnen hem in Gat hadden gegrepen.

Wees mij genadig, God, want ze bedreigen mij,
de hele dag bestoken en bestrijden ze mij.

Mijn tegenstanders bedreigen mij, heel de dag,
en bestrijden mij vanuit hun hoge vesting.

In mijn bangste uur vertrouw ik op u.

Op God, wiens woord ik prijs,
op God vertrouw ik, angst ken ik niet,
wat kan een sterveling mij aandoen?

Hun woorden krenken mij de hele dag,
tegen mij zijn hun boze plannen gericht.

Ze wachten hun kans af
en bespieden mijn gangen,
loerend op mijn leven.

Gaan zij hun straf ontlopen?
Toon uw toorn, God, en sla dat volk neer!

Mijn omzwervingen hebt u opgetekend,
vang mijn tranen op in uw kruik.
Staat het niet alles in uw boek?

In het uur dat ik u aanroep wijken mijn vijanden,
want dit weet ik: God staat mij terzijde.

Op God, wiens woord ik prijs,
op de HEER, wiens woord ik prijs,

op God vertrouw ik, angst ken ik niet,
wat kan een mens mij aandoen?

Aan u, God, heb ik geloften gedaan,
met dankoffers wil ik u betalen,

u hebt mijn leven aan de dood ontrukt,
mijn voet voor struikelen behoed.
Nu kan ik wandelen onder Gods hoede
in het licht van het leven.

Mat.5:13-16

Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.

Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven.
Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is.
Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.