2Kor.6:11-7:1

Wij zeggen u dit alles ronduit, Korintiërs, want wij hebben u in ons hart gesloten.
Niet wij schieten in onze genegenheid voor u tekort, maar u in uw genegenheid voor ons.
Nu dan, ik vraag u alsof u mijn eigen kinderen bent: sluit op uw beurt ons in uw hart.
Waarschuwingen

Loop niet in een en hetzelfde span met ongelovigen. Wat is de verwantschap tussen gerechtigheid en wetteloosheid? Wat heeft licht met duisternis te maken?
Waarin lijken Christus en Beliar op elkaar? Wat hebben een gelovige en een ongelovige gemeen?
Wat heeft de tempel van God met afgoden te maken? Wijzelf zijn de tempel van de levende God, zoals God heeft gezegd: ‘Ik zal bij hen wonen en in hun midden verkeren, ik zal hun God zijn en zij mijn volk.
Daarom zegt de Heer: Ga weg bij de ongelovigen, zonder je van hen af en raak niets aan dat onrein is. Dan zal ik jullie aannemen
en jullie vader zijn, en jullie mijn zonen en dochters – zegt de almachtige Heer.’

Omdat ons deze beloften zijn gegeven, geliefde broeders en zusters, moeten we onszelf reinigen van alle lichamelijke en geestelijke smetten en vol ontzag voor God ons hele leven heiligen.