Citaten uit ‘Verlangen naar God’

Eindelijk begonnen aan het boek ‘Verlangen naar God’ van John Piper. En dat is genieten geblazen. Na een pagina of 80 ben ik weer naar pagina 1 gegaan met het doel wat passages op te schrijven die ik niet wil vergeten.

“Ons hoogste doel is God verheerlijken door eeuwig van Hem te genieten.”

Dit is het thema van het boek. Piper noemt zichzelf een christenhedonist. Een hedonist is iemand die stelt dat genot (in algemene zin) het hoogste goed is. Piper stelt dat het streven naar geluk bij de menselijke natuur hoort.

“Alle mensen zoeken het geluk. Er zijn geen uitzonderingen” – Blaise Pascal

Piper stelt dat zelfverloochening geen doel in zichzelf moet zijn (en daar lijkt het in onze gereformeerde traditie/leer helaas wel op), en dat we veel te snel tevreden zijn met het genieten van God.

“We rommelen maar wat aan met drank, sex en status terwijl ons oneindige vreugde wordt geboden.” – C.S. Lewis.

Geweldig!

“Aanbidden zonder eigenbelang bleek een inwendige tegenstrijdigheid” – p12

“Lofprijzing is geen alternatief voor blijdschap, maar het bewijs ervan”- p12

“Blijdschap is geen mogelijkheid, maar een gebod.”

“Verlustig U in de Here, zo zal Hij u geven de begeerte ons harten.” Ps 37:4. Maar ook Ps 43:2-3, Ps 63:2, Ps 36:9, Ps 34:9, Ps 119:103, Ps 43:4

“De hele HC is geschreven als antwoord op de vraag: Wat moet ik doen om gelukkig te leven?” p18

“Kinderen kunnen niet vande nabijheid van hun Vader genieten als Hij ongelukkig is.” p24

“De voortdurende ongehoorzaamheid van mensenharten doorkruist Gods plannen niet, maar vervult ze juist.”

“Als God niet volkomen zou genieten van zijn eigen indrukwekkende heerlijkheid, zou Hij onrechtvaardig handelen.” p34

“God houdt ervan dat zijn heerlijkheid wordt weerspiegeld in zijn werken” p36

“Welke bewijs zou God het best kunnen geven om te laten zien dat Hij van ons houdt? zichzelf!” p39

“God is er voor ons! En het fundament van deze liefde is dat God er voor zichzelf geweest is en altijd zijn zal.”p 41

“De zonde is in de wereld doordat Gods heerlijkheid niet de hoogste eer ontvangt – dit is het wezen van de zonde. p47″

“Dat is het! Niet een te sterk verlangen naar vreugde, maar juist een te zwak verlangen naar vreugde is de vijand van aanbidding! We stellen ons tevreden met een huis, een paar vrienden, een baan, een televisie, af en toe een avondje uit, ieder jaar op vakantie en misschien een nieuwe computer. We zijn zo gewend geraakt aan onze schrale kortstondige genoegens dat ons vermogen om blij te zijn helemaal verschrompeld is. En daardoor is onze aanbidding verschrompeld.”
p 89

Dit is raak mensen!

“Op duizend en één verschillende manieren hebben we de indruk gewekt dat een handeling minder goed is naarmate je er zelf meer van geniet, en dat het verkeerd is om iets te doen omdat het geluk oplevert. Dat soort denken hangt als een onzichtbaar gas in de christelijke atmosfeer.” p90

“Liefde is overvloeiende blijdschap in God waardoor we anderen van harte helpen.” p110

“Huilen uit medelijden is huilen van blijdschap die even niet naar een ander kan overvloeien.” p114

“Wees niet langer tevreden net de magere vijf procent winst op de dingen waarvan je geniet, die toch verteerd wordt door de motten van de inflatie en de roest van de dood. Investeer in de uiterst winstgevende, goddelijk verzekerde, goed genoteerde zekerheid van de hemel. Zoeken naar materiële welvaart en sensatie is hetzelfde als geld in een bodemloze put gooien. Maar wie investeert in een leven waarin de opgave van de liefde centraal staat, koopt aandelen in onovertroffen en oneindige blijdschap.” p 119 Luk 12:33

Gebed

“We moeten bidden zien als een verlangen naar Gods heerlijkheid en naar eigen blijdschap, in die volgorde.”

p150

“Bidden is openlijk toegeven dat we zonder Christus niets kunnen. En bidden betekent afzien van jezelf en opzien naar God, in het vertrouwen dat Hij de hulp geeft die nodig is.”

p151

“Eem christen die niet bidt is net een buschauffeur die in zijn eentje probeert een bus uit een greppel te krijgen, terwijl de sterkste man ter wereld bij hem in de bus zit.”

p151

“Wij verheerlijken God niet door in zijn beloften te voorzien, maar door te bidden of Hij in onze behoeften wil voorzien – en door te vertrouwen dat hij zal antwoorden.”

p153

“Wij moeten God niet dienen, maar er voor zorgen dat wij door Hem gediend worden, omdat we Hem anders van zijn heeerlijkheid beroven.”

p157

“De bergrede en de tien geboden zijn het dieet dat de dokter voorgeschreven heeft, niet de arbeidsovereenkomst die een werknemer tekent”

p161

“Als er geen liefde meer omhooggepompt wordt, dan ligt de buis van het gebed niet diep genoeg.”

p168

Het Huwelijk

“God ontwierp het huwelijk doelbewust naar de relatie tussen zijn Zoon en de kerk, die Hij van eeuwigheid af had vastgesteld.”

p203

“God heeft de mens gemaakt naar zijn beeld en zo heeft hij het huwelijk gemaakt naar het beeld van zijn eeuwige huewlijk met zijn volk.” – G, Bromiley

p203