Jes.56:1-8

Redding ook voor buitenstaanders

Dit zegt de HEER:
Handel rechtvaardig, handhaaf het recht;
de redding die ik breng is nabij,
en weldra openbaar ik mijn gerechtigheid.

Gelukkig de mens die zo handelt,
het mensenkind dat hieraan vasthoudt;
hij neemt de sabbat in acht en ontwijdt hem niet,
hij weerhoudt zijn hand van het kwaad.

De vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden,
laat hij niet zeggen:
‘De HEER zondert mij zeker af van zijn volk.’
En laat de eunuch niet zeggen:
‘Ik ben maar een dorre boom.’

Want dit zegt de HEER:
De eunuch die mijn sabbat in acht neemt,
die keuzes maakt naar mijn wil,
die vasthoudt aan mijn verbond,

hem geef ik iets beters dan zonen en dochters:
een gedenkteken en een naam in mijn tempel
en binnen de muren van mijn stad.
Ik geef hem een eeuwige naam,
een naam die onvergankelijk is.

En de vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden
om hem te dienen en zijn naam lief te hebben,
om dienaar van de HEER te zijn
– ieder die de sabbat in acht neemt en niet ontwijdt,
ieder die vasthoudt aan mijn verbond –,

hem breng ik naar mijn heilige berg,
hem schenk ik vreugde in mijn huis van gebed;
zijn offers zijn welkom op mijn altaar.
Mijn tempel zal heten ‘Huis van gebed voor alle volken’.

Zo spreekt God, de HEER,
die bijeenbrengt wie uit Israël verdreven waren:
Ik breng er nog meer bijeen dan al bijeengebracht zijn.

Jes.58

Vasten en sabbat

Roep luidkeels, zonder je in te houden,
verhef je stem als een ramshoorn.
Maak aan mijn volk zijn misdaden bekend,
aan het volk van Jakob zijn zonden.

Zeker, ze zoeken mij dag aan dag,
vol verlangen om te ontdekken wat ik wil,
zoals een vreemd volk dat rechtvaardig leeft
en het recht van zijn goden niet verzaakt.
En ze vragen naar mijn rechtvaardige voorschriften
en verlangen naar Gods nabijheid.

‘Waarom ziet u niet dat wij vasten,
en merkt u niet op dat wij ons onthouden?’
Omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven
en jullie arbeiders afbeulen,

omdat jullie onder het vasten strijden en ruziën
en vol vuur met elkaar op de vuist gaan.
Als je op die manier vast,
wordt je stem niet gehoord in de hemel.

Zou dat het vasten zijn dat ik verkies?
Is dat een dag van onthouding:
dat iemand het hoofd buigt als een riet
en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof?
Noemen jullie dat soms vasten,
is dat een dag die de HEER behaagt?

Is dit niet het vasten dat ik verkies:
misdadige ketenen losmaken,
de banden van het juk ontbinden,
de verdrukten bevrijden,
en ieder juk breken?

Is het niet: je brood delen met de hongerige,
onderdak bieden aan armen zonder huis,
iemand kleden die naakt rondloopt,
je bekommeren om je medemensen?

Dan breekt je licht door als de dageraad,
je zult voorspoedig herstellen.
Je gerechtigheid gaat voor je uit,
de majesteit van de HEER vormt je achterhoede.

Dan geeft de HEER antwoord als je roept;
als je om hulp schreeuwt, zegt hij: ‘Hier ben ik.’
Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant,
de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij,

wanneer je de hongerige schenkt
wat je zelf nodig hebt
en de verdrukte gul onthaalt,
dan zal je licht in het donker schijnen,
je duisternis wordt als het licht van het middaguur.

De HEER zal je voortdurend leiden,
hij zal je verkwikken in dorre streken,
hij maakt je botten sterk en krachtig.
Je zult zijn als een goed bevloeide tuin,
als een bron waarvan het water nooit opdroogt.

Je eigen mensen zullen weer opbouwen
wat al eeuwenlang verwoest ligt;
fundamenten, door vroegere generaties gelegd,
zullen weer worden hersteld.
Dan zal men je noemen
‘Hersteller van muren’, ‘Herbouwer van straten’.

Wanneer je je voeten rust gunt op sabbat
en geen handel drijft op mijn heilige dag,
wanneer je de sabbat als een dag van vreugde ziet,
de dag van de HEER als een heilige dag,
wanneer je hem in ere houdt door niet je gang te gaan,
geen handel te drijven of zaken te bespreken,

dan vind je vreugde in de HEER.
Ik zal je laten rijden over de hoogten van de aarde
en je laten genieten van het land
dat ik je voorvader Jakob in bezit heb gegeven.
De HEER heeft gesproken!