Ik kom tot U Heer, met mijn zorgen
vele zorgen groot en klein,
voor andermans ogen goed verborgen,
wilt Gij o Heer mijn helper zijn.
Ik kom tot U Heer met mijn vragen,
met mijn twijfels telkens weer,
‘k ben wéér zo terneergeslagen,
redt Uw zinkend kind o Heer.
Ik kan wel roepen, gillen, brullen,
help, o help mij toch o Heer,
‘k ben teleurgesteld verbolgen,
kan ‘k niemand vertrouwen Heer ?
Ik kom tot U met al mijn pijnen,
in mijn hart woont nu venijn,
zo kan ‘k o Heer Uw kind niet wezen,
maak Uw kind o Heer weer rein.
Ik kom tot U Heer zie ik faalde,
ik faalde zo een zondaar doet,
‘k zag weer niet, Uw ster die straalde,
met Zijn sterke held’re gloed.
Leer mij telkens weer te vragen,
“wat wilt Gij Heer dat ik doe”,
wilt U helpen lasten dragen,
opdat ik Heer word minder moe.
Alleen met U Heer kan ik verder,
alleen met U deez aardse reis,
wilt Gij, steeds mijn koffer dragen,
Uw Zoon, betaalde toch mijn prijs.
Daarvoor mijn God, wil ik U danken,
daarvoor loof ‘k U met hart en ziel,
zodat mijn lof stijgt recht naar boven,
terwijl ik nederig voor U kniel.
E. Mens v. Wijk